UWV gaat meer rekening houden met de BRP

Persoonsinformatiemanagement

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de Tweede Kamer op 1 oktober 2018 per brief geïnformeerd over het misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies.

In de brief staat onder andere dat “het UWV de adresregistratie van uitkeringsgerechtigden strakker gaat inrichten. Dat systeem moet er in ieder geval voor zorgen dat het UWV gedurende de duur van de uitkering zicht heeft op het daadwerkelijke verblijfadres van uitkeringsgerechtigden. Leidend is de registratie in de BRP. Het UWV zal scherper toezien op het gebruik van een ander adres (verblijf-/correspondentieadres) naast het BRP-adres. Adressen die afwijken van het BRP-adres zal het UWV als verwonderadressen inbrengen in het Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). Een uitkeringsgerechtigde moet de gemeente in kennis stellen als hij op een ander adres woont, zodat controle daarop mogelijk is.

Voor personen die korter dan vier maanden in Nederland zijn, geldt dat in de BRP alleen het buitenlands woonadres staat geregistreerd. Deze personen staan als niet-ingezetenen in de BRP, in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI). Om die reden is voor het UWV voor deze categorie uitkeringsgerechtigden vooralsnog een tweede adres naast het BRP-adres noodzakelijk. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoekt de mogelijkheid om voor arbeidsmigranten het verblijfadres in Nederland in de BRP te registreren. Het UWV bekijkt of en hoe ze daarbij zouden kunnen aansluiten. Daarnaast zal het UWV uitkeringsgerechtigden, die langer dan vier maanden in de RNI staan, erop wijzen dat zij zich bij hun woongemeente moeten melden voor inschrijving als ingezetene in de BRP. Daarbij wordt dan hun Nederlands woonadres geregistreerd, en vanaf dan is de uitkeringsgerechtigde verplicht aangifte te doen van verhuizing binnen Nederland of van emigratie”, aldus de minister van SZW.